Waar waren we geweest zonder kanaal?

Waar waren we geweest zonder kanaal?

Het is feest in Twenterand. Vriezenveen viert volop het 650-jarige bestaan, Vroomshoop moet het doen met 160 jaar maar ook daar staat het bol van de festiviteiten. Hadden we ook feest gevierd als er geen kanalen waren gegraven en geen spoorlijn was aangelegd? Voor Den Ham is het antwoord natuurlijk positief, want ook zonder deze voorzieningen ‘doet Den Ham het’ volop, met een actieve opvolger van de Dorpsraad. Voor Vroomshoop is bijna zeker dat zonder water en spoor hier een grote landbouwvlakte zou hebben gelegen en dat het dorp niet ontstaan was. Maar het liep anders.

Al in de 17e eeuw ontstond er behoefte aan transportwegen, toen zich in Twente een uitgebreide huisindustrie met linnenfabricage ontwikkelde. In de 18e eeuw werd die behoefte groter, toen er ook grote textielfabrieken ontstonden. Het vervoer over land ging nogal moeizaam: er moest tol worden betaald. Dus werd er gezocht naar alternatieven: vervoer over water, óf per spoor. Het spoor had de voorkeur, want dat zou de dure kanalisatie wellicht overbodig maken.

Naast de textielindustrie (en handel) werd ook de ontginning van de veengronden belangrijk. En daarvoor was nou juist een kanaal weer handig om de turf te kunnen afvoeren. En daarom werd tussen 1810 en 1855 eerst de Dedemsvaart tussen Hasselt en Ane gegraven, om de veenontginning in dat noordelijke deel van Overijssel mogelijk te maken.

De grote vervener I.A. van Roijen begon bij Bergentheim rondom 1832 met het graven van de (later geheten) Van Roijenswijk, die een verbinding kreeg met de Overijsselse Vecht. Maar die wijk slibde toch langzaam dicht. In 1845 werden zelfs alle kanalisatieplannen overboord gezet. De Provincie Overijssel wilde liever spoorwegen aanleggen. Maar ook die plannen vonden (toen) geen doorgang, de aanleg was te duur. Dus werd toch maar weer teruggegrepen op de kanalisatieplannen, nog steeds met als eerste doel de ontsluiting van de Twentse (textiel)industrie. Ook liet de waterhuishouding in de provincie te wensen over en daarom was de aanleg van kanalen ook aan te bevelen.

Voor de coördinatie werd een luitenant van de artillerie aangetrokken, een zekere W.C.A. Staring. Jawel, de zoon van de dichter A.C.W. Staring, en ook de broer van geoloog W.C.H. Staring. Aan het onderzoeksteam werd onder anderen toegevoegd ene T.J. Stieltjes, waterbouwkundig ingenieur en eveneens luitenant bij de artillerie. In hun rapporten wordt voorgesteld een kanaal aan te leggen van Zwolle (en Deventer) naar Almelo, Denekamp, Hengelo en Haaksbergen, maar ook een zijtak (en nu komt ons gebied in beeld) lopende door de marken van Vriezenveen, Den Ham, Beerze, Brucht en Stad Hardenberg.

Vanwege de hoge kosten besloot de provincie in de plannen te gaan strepen. Uiteindelijk bleven staan de kanalen van Zwolle naar de Regge, van de Regge naar Daarle en naar de Vecht bij Ane, van Daarle naar Almelo, en van Deventer naar Dalmsholte. Maar ook die plannen werden weer bijgesteld.

Hoe het verder ging leest u een volgende keer. Maar dan zullen de feesten in Vriezenveen en Vroomshoop inmiddels wel achter de rug zijn. En bestaan we hopelijk nog steeds…

Vaardigheden

Gepubliceerd op

11/09/2019