Het interieur van mijn oma

Wordt bij u thuis het interieur ook regelmatig veranderd? Of houdt u ervan om nieuwe meubels te kopen en gaat u binnenkort weer naar de Meubelboulevard? Het idee om je interieur elke tien jaar flink onder handen te nemen, bestond vroeger niet. Onze ouders hadden maar een fractie van het geld dat wij tegenwoordig bezitten en hun interieurs waren vaak sober. Het was heel normaal om meubels over te nemen van overleden familieleden — en men was er nog blij mee ook.

Ik herinner mij dat onze voorouders grote, soms eikenhouten meubels kochten die een leven lang meegingen. Ze stonden vaak in kleinere vertrekken dan we nu gewend zijn. Een ‘bankstel met (rook)fauteuils’ werd aangeschaft voor het leven. Die meubels bleven decennialang staan. In de zitkamer stond een dressoir, op tafel een Oosters tapijt met zo’n asbak waar je op moest drukken. Op de vloer lag een groot kleed en voor de ramen hingen dikke overgordijnen aan een houten roede. Tegen de buitenmuur hing een wandtapijt dat niet alleen mooi was, maar ook isoleerde. Daaronder stond een divan of sofa.

Warmte van vroeger

Wij hadden, heel voorlijk, centrale verwarming in mijn geboortehuis — de buren noemden dat “centrale verarming”. Mijn oma had echter nog een kolenkachel met mica raampjes. Naast de kachel stond de kolenkit. Je gooide de kolen door een luikje aan de bovenzijde: nootjes vier of vijf, hout of briketten. In de winter was het in haar zitkamer behaaglijk warm, maar in de andere kamers ijskoud, met ijsbloemen op de ramen. Tegenwoordig heeft men vloerverwarming, wat wat mij betreft weinig gezelligheid uitstraalt.

Slapen in vroegere tijden

In de slaapkamer stond een linnenkast met daarin keurig gestreken stapeltjes lakens en slopen. Het rook er naar lavendel. Het bed werd opgemaakt met een onderlaken, een bovenlaken en een wollen deken van het Nederlandse AaBe‑merk. Voor deze uitzet werd door meisjes al op jonge leeftijd gespaard.

Aan het hoofdeinde lag een peluw met daarop een kussen. Vroeger sliep men meer zittend dan liggend, vooral in een bedstee. Tegenwoordig slapen we in een elektrisch verstelbaar hoog‑laagbed. Toen mijn broer groter werd, kwam er een opklapbed zodat er overdag nog wat beweegruimte overbleef. Dat bed werd tegen de muur geklapt nadat het beddengoed met gespen was vastgesjord. De timmerman maakte er een ombouw omheen en mijn moeder naaide er gordijntjes voor.

De opkomst van nieuwe woonstijlen

In de jaren zeventig nam de welvaart toe en daarmee groeide de belangstelling voor de inrichting van het huis. De kleuren werden oranje, paars, bruin en geel. Later werd alles strak en wit. Er kwamen zitkuilen en kookeilanden met inductie, een afwasmachine en een koelkast.

En in de tuin staat nu een compleet ameublement met buitenkeuken, verwarming en verlichting, terwijl vroeger soms alleen een tuinbank aanwezig was.

De gevels bleven staan, maar de interieurs van vroeger bestaan alleen nog in onze herinnering.