Badmeester, ben ik al bruin?

Maakt u ook alweer plannen om met vakantie te gaan naar een warm, zonnig oord om onder andere “een kleurtje op te doen”? Vanuit mijn betrokkenheid bij de Oudheidkundige Vereniging probeer ik in mijn columns altijd een link te leggen met het verleden. Deze keer gaat het over onze huidskleur.

Een donkere huidskleur werd vroeger geassocieerd met armoede. En u en ik weten: wat goed is tegen de kou, werkt vaak ook tegen de warmte. Oudere vrouwen werkten vroeger volledig gekleed op het land, meestal in donkere kleding.

Onze voorouders waren donkerder dan wij denken

Wist u dat onze vroege voorouders een donkere huidskleur hadden? Er bestond toen zelfs een grote variatie aan donkere tinten. In 2008 werden in Malapa, zo’n 50 kilometer ten noordwesten van Johannesburg, de eerste vondsten gedaan van een mix tussen aap en mens: de Australopithecus sediba. Mogelijk is dit de ontbrekende schakel in de opkomst van de mensheid.

De Sediba liep op zijn achterpoten, had lange armen en was goed aangepast aan het klimmen in bomen. De lengte wordt geschat op 130 tot 150 centimeter. Het voedsel bestond vooral uit planten. De foto die ik hierbij heb geplaatst, maakte ik tijdens een bezoek aan het Neanderthal Museum in Mettmann, Duitsland.

Hoe de lichte huid ontstond

Dankzij de paleogenetica — een tak van de genetica — weten we dat een lichte huid pas veel later is ontstaan. Dat gebeurde lang na het Neanderthaler‑tijdperk, ongeveer 180.000 jaar geleden, toen de vroege Homo sapiens naar Europa trok. Huidskleuren zijn simpelweg aanpassingen aan verschillende niveaus van zonnestraling.

De vroegste mensachtigen hadden een donkere huid onder hun beharing om zich te beschermen tegen de zon. Een lichte huid bevordert juist de opname van vitamine D in gebieden met weinig zonlicht. Ook voeding met vette vis en vlees kan voldoende vitamine D leveren. Daardoor konden onze voorouders lange tijd in streken met weinig zon leven. Ondanks alle tinten behoren we tegenwoordig tot één soort en stammen we af van dezelfde voorouders.

Waarom Europeanen een lichtere huid kregen

Wetenschappers zoeken al lang naar een verklaring voor de lichtere huidskleur van Europeanen. Ze denken dat onze voorouders zwart waren en in Afrika leefden, zoals hierboven beschreven. De lichte huid zou een aanpassing zijn om buiten de tropen te kunnen overleven.

Afrikanen en Aziaten hebben een donkerdere huid omdat zij meer en feller zonlicht ontvangen. Zonlicht is nodig voor de productie van vitamine D, dat rachitis voorkomt — een ziekte die vooral bij kinderen botvergroeiingen veroorzaakt. Omdat Europeanen minder zonlicht krijgen, compenseren ze dit met een lichtere huid, zodat er meer zonlicht in de huid kan doordringen en de vitamine‑D‑productie op peil blijft.

Geniet van de zon, maar met mate

Blijf vooral niet te lang in de zon “bakken”. Volgens de wetenschap is dit schadelijk voor de huid en kan het huidkanker veroorzaken.

Ik wens u een zonnige vakantie!

Bron: o.a. Neanderthal Museum