3 februari 2026
Er was een brede belangstelling bij de opening van de expositie op 31 januari 2026, waarbij een derde deel van de bezoekers uit Uelsen, Neuenhaus en Veldhausen kwam. De voertaal was Plattdüütsch, Duits, Sallands, Twents en Nederlands.
Jenny Valk geeft als voorzitter Expositiehuis Den Ham, in haar openingswoord het proces weer van de totstandkoming van deze expositie. Een mooi proces om zo samen te werken met de buren in de Euregio. In het eerste deel van deze opening kwam de beeldende kunst aan bod, het tweede deel gaat over de taal.
Schilder Arnold Voet, geboren in 1951 in Uelsen. De realistisch geschilderde olieverfschilderijen en aquarellen tonen landschapsgezichten waarin de sfeer van de natuur voelbaar is, kortom ‘’Natuurkunstwerken’’. De werken van Arnold Voet stralen een grote rust uit en zijn verstoken van enig drama. In plaats daarvan tonen ze de schoonheid van eenvoudige natuur, bijvoorbeeld stranden, duinen en de zee, maar ook open plekken, meren, velden en bossen. Kenmerkend: hij oriënteert zich op realisme en werkt de details vaak heel precies uit.
GerritJH Kuiper, ontwerper en bouwer, geeft uitleg van de streektaal expositie. Het lezen van het PlatDeutsch is vaak lastig. Vandaar dat ruim 40 gedichten te zien en te beluisteren zijn op het grote TV scherm.
Lars Lamann’ bijdrage is een woordwolk ‘Grafschafter Plattduutsch’. Hij legt uit hoe het proces loopt van de totstandkoming van de woordwolk. Enkele bijzondere woorden licht hij toe.
Streektaal komt aan bod middels het voorlezen van het artikel ‘’Met de Büsse hijn trouwen’’ van en door Friedrich Momann uit Uelsen. Zijn werken zijn nog niet gepubliceerd. Dat volgt nog en dit is zijn eerst expositie. Mooie verhalen met een flinke dosis humor.
Het werk van de streektaal dichters Heinrich Kuiper, Carl van der Linde en Karl Sauvagerd wordt uitgelegd door Pastor I.R. Dr. Gerrit Jan Beuker: “Wij proat aan beide kaunten van de gräinse nog altied oorig alléés. Geboren ben ik met Plattdüütsch, so nööm wie dat, Nedersaksisch seggt se hier misschien. Hochdeutsch habe ich in der Schule gelernt und mit meinen Kindern gesprochen. En het Nederlands heb ik geleerd in kerk en theologie. Alleen heeft de taal het veel moeilijker dan een schilderij. Een schilderij spreekt meestal direct iedereen aan. Een taal is veel moeilijker te leren of aan te wennen. Voor de gesproken Nederduitse taal, het Platduits, hebben we geen regels, om het te schrijven en geen grammatica. Iedereen schrijft, zoo als het hem of haar uitkomt, volledig zonder regels. Dat maakt het moeilijk, om het Dialect te lezen, veel moeilijker dan een schilderij te bekijken.”
Karl Sauvagerd. 1906 geboren in het Duitse Gronau. Sauvagerd zelf publiceerde meer dan 60 jaren lang van 1931 tot aan zijn dood in 1992. Hij schreef in de Vosbergenspelling. Dat is een spellingsysteem, dat in 1955 werd ontworpen als eenheids-spelling voor het Nedersaksisch-talige gebied in Nederland en Duitsland. Deze spelling zette zich niet door. 2019 zorgden de Heimatfreunde Neuenhaus voor een boek met bijdragen van hem en over hem. Het is in het Duits en in het Platduits en aan het eind ook in het NL. Het heeft de titel: “De tied blif Baas”, Karl Sauvagerd, Ausgewählte Texte und ein Lebensbild. Voor de Nederlandse Johanna van Buren (1881-1962) uit het naburige Hellendoorn en later Ommen, was Sauvagerd “een broeder in de kunst”. Zij begon als thuisnaaister en hij schreef voor haar een gedicht: “To’n 80en verjoordag”.
Heinrich Kuiper is 1937 geboren en levenslang gebleven op zijn ouderlijke boerderij in Grasdorf totdat hij eind 2019 net voor Corona vrij plotseling is overleden. Hij is 82 geworden. Zijn boek “’Niks blif, wu ’t is”’kwam uit in de zomer van 2020. Alles gebaseerd op handgeschreven teksten. Bijzonder te noemen zijn 39 Sprökkies: ‘’Stek den Kopo nich te hoog dan kun ’t di wal in de Nose regen’, en het gedicht om te leren van de oorlog: ‘’O Volk,trek ut geschichte leren!’’
En dan is er nog, ouder, maar voor mij (Beuker) de grootste dichter van de drie, Carl van der Linde. Hij leefde in Hamburg en Veldhausen tussen1861 tot 1930. Hij was van joodse afkomst en actief in de joodse en ook in de christelijke gemeenschap van zijn dorp. Van der Linde publiceerde vanaf 1920 in verschillende bladen van het Grafschap.
Veel later pas werd gewaardeerd, dat hij al in 1920 opstond tegen het antisemitisme middels het gedicht: De Reichtagswahl. 2004 werd de Lagere School in Veldhausen naar hem vernoemd en in 2008 kwam het boek “Löö en Tieden” uit, “Carl van der Linde – Ausgewählte Texte und ein Lebensbild. Van zijn gedicht ‘’Holland en de Groafschup” werden de laatste twee regels in de Tweede WO: “Holland en de Groafschupp Bentheim. De hault gude Noaberschupp.’’ een herkenningsleus voor mensen in het verzet.
Na de verhalen over de schilderijen en de taal wordt het glas geheven. De expositie is op woensdag tot en met zaterdag middag te bewonderen in februari en de dialectmaand maart.
Tekst en foto’s: Gerrit JH Kuiper



